Baten en lasten

Baten en lasten (meerjarig)

Rekening
2016

Begroting
2017

Begroting
2018

Raming
2019

Raming
2020

Raming
2021

Totaal baten

30.330

19.555

17.540

16.481

15.781

15.781

Bijdragen rijk en mede-overheden

5.634

4.980

2.719

1.660

960

960

Financieringsbaten

230

0

0

0

0

0

Opbrengsten derden

24.605

14.574

14.821

14.821

14.821

14.821

Overige baten

-139

1

0

0

0

0

Totaal lasten

79.188

89.807

83.060

74.158

70.904

60.130

Apparaatslasten

27.392

26.239

25.502

25.434

25.434

25.434

Inhuur

2.898

3.855

3.004

3.044

3.044

3.044

Overige apparaatslasten

1.054

577

542

542

542

542

Personeel

23.440

21.807

21.956

21.848

21.848

21.848

Interne Lasten

2.642

1.016

-2.963

-3.060

-3.060

-3.060

Concernbrede bedrijfsvoeringskosten

0

0

0

0

0

0

Overige doorbelastingen

2.642

1.016

-2.963

-3.060

-3.060

-3.060

Programmalasten

49.154

62.552

60.521

51.784

48.530

37.756

Financieringslasten

0

0

0

0

0

0

Inkopen en uitbestede werkzaamheden

2.699

2.274

655

7.486

7.103

7.103

Kapitaallasten

1.275

1.167

1.225

1.512

1.482

1.185

Overige programmalasten

28.526

51.652

52.904

37.010

34.169

23.692

Subsidies en inkomensoverdrachten

16.654

7.459

5.737

5.776

5.776

5.776

Saldo voor VPB en reserveringen

-48.858

-70.252

-65.520

-57.677

-55.123

-44.349

VPB

0

0

0

0

0

0

Saldo voor reserveringen

-48.855

-70.250

-65.520

-57.676

-55.124

-44.352

Onttrekking aan reserves

18.617

31.290

22.055

17.664

14.877

4.104

Toevoeging aan reserves

7.837

0

0

0

0

0

Vrijval reserves

2800

2.100

0

0

0

0

Resultaat

-35.283

-36.861

-43.469

-40.013

-40.249

-40.249

Toerekening overhead aan programma

Overhead concernondersteuning en concernhuisvesting

12.084

11.536

10.872

10.962

10.912

10.912

Overhead clustermanagement en ondersteuning

0

4.425

4.023

4.081

4.037

4.037

Resultaat na Overhead

-47.367

-52.822

-58.364

-55.056

-55.198

-55.198

Toelichting op de tabel
Baten

De baten bestaan grotendeels uit opbrengsten als gevolg van aangevraagde omgevingsvergunningen. Daarnaast zijn er opbrengsten als gevolg van in rekening gebrachte beheersvergoedingen voor hennepontmantelingen en uitvoering van gemeentewege (UVG).

Verder hebben de baten betrekking op rijksbijdragen, subsidies van de provincies en opbrengsten van derden welke worden ingezet voor de Warmte-uitwisseling Rotterdams haven, overige specifieke projecten en in het kader van ongerechtvaardigde verrijking.

Lasten

De interne lasten bestaan uit doorbelastingen van concernbrede bedrijfsvoeringskosten en overige kosten vanuit andere producten. De apparaatslasten hebben betrekking op lasten van vast personeel en externe inhuur. De apparaats- en programmalasten betreffen de lasten voortvloeiend uit inspectie, toezicht, woningverbeteringen, hennepontmantelingen en monumenten.

Daarnaast zijn er ook uitgaven die voortvloeien uit deelname aan gemeenschappelijke regelingen en uitvoering van projecten zoals Skaeve Huse, Kansrijke wijken, Aanlegsteigers Schie en Rivierzones. De subsidies en inkomensoverdrachten hebben betrekking op de bijdragen aan de recreatieschappen.
Er komen programmalasten voort uit werkzaamheden met betrekking tot de doeluitkeringen Bodem (aanpak bodemsanering spoedlocaties en gasfabrieken), werkzaamheden op het gebied van lucht (nieuwe RAL) en de handhavingstaken door DCMR.

De programmalasten van het uitvoeringsprogramma Duurzaam bestaan uit de pijlers: Groene en gezonde veerkrachtige stad, Schonere energie tegen lagere kosten, Sterke en innovatieve economie en Doorschijnende en ondersteunende activiteiten. De kapitaallasten hebben betrekking op de investeringen in het kader van waterpleinen, groene daken, Rotterdam Climate Proof.

Reserves

De onttrekkingen aan de verschillende bestemmingsreserves (met uitzondering van de bestemmingsreserve Taakmutaties Gemeentefonds) laat een dalend verloop zien.

De onttrekkingen uit de bestemmingsreserve Taakmutaties Gemeentefonds dekken de verwachte werkzaamheden met betrekking tot de aanpak bodemsanering spoedlocaties en gasfabrieken, uitvoeringsprogramma 2015 - 2020. Voor de projecten die voortvloeien uit het programma Bestaand Rotterdams Gebied (BRG) zal eveneens onttrokken worden uit de bestemmingsreserve taakmutaties Gemeentefonds in 2017. Daarnaast is er in 2017 een onttrekking aan de bestemmingsreserve Actieplan Luchtkwaliteit ten behoeve van projecten uit het actieplan Luchtkwaliteit waaronder de sloopregeling.

De bestemmingsreserve Vereveningsfonds Bouwleges wordt conform afspraak afgebouwd naar nul. 2017 is het laatste jaar. De kosten die gemaakt worden voor de programma’s Particuliere Woningvoorraad, Bestaande Woningvoorraad en Steigers op Zuid worden geheel gedekt uit de bestemmingsreserves Investeringen Stedelijke Vernieuwing (ISV) en investeringsfonds Rotterdam (IFR). Vanuit de reserve IFR worden ook onttrekkingen gedaan voor projecten zoals Kansrijke Wijken, Aanlegsteigers Schie en Rivierzones

Meerjarig verloop

Het meerjarig verloop van dit programma wordt beïnvloed doordat na 2017 een aantal intensiveringsprojecten aflopen en doorschuiven in de tijd. Ook lopen inkomsten vanuit Rijk en provincie af. Verder wordt het financiële beeld bepaald door het aflopen van de middelen in het kader van ongerechtvaardigde verrijking, de middelen voor het uitvoeringsprogramma Bodem 2015-2020 en bij Duurzaam door het uitvoeringsprogramma van 2015-2018.

Voor de programma’s Particuliere Woningvoorraad, Bestaande Woningvoorraad en Steigers op Zuid zijn de te verwachten uitgaven en dekking over de jaren 2016 tot en met 2020 verwerkt en verdeeld. De programma’s Particuliere Woningvoorraad en Bestaande Woningvoorraad lopen af in 2019. Vanaf 2020 wordt het programma Steigers op Zuid niet meer gefinancierd uit de bestemmingsreserves ISV en IFR, maar uit de algemene middelen waardoor het saldo op dit product oploopt.