Baten en lasten

Baten en lasten (meerjarig)

Rekening
2016

Begroting
2017

Begroting
2018

Raming
2019

Raming
2020

Raming
2021

Totaal baten

57.757

63.064

39.301

39.254

39.254

39.254

Bijdragen rijk en mede-overheden

57.794

62.854

39.088

39.041

39.041

39.041

Opbrengsten derden

-37

210

213

213

213

213

Overige baten

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

179.544

184.841

168.166

164.521

167.706

172.129

Apparaatslasten

14.884

11.419

11.531

11.480

11.477

11.477

Inhuur

354

51

52

52

52

52

Overige apparaatslasten

644

250

261

261

261

261

Personeel

13.886

11.118

11.218

11.167

11.164

11.164

Interne Lasten

66.818

70.649

72.009

68.852

72.047

76.108

Beleidspecifiek vastgoed

51.862

56.292

57.411

54.254

57.449

61.510

Concernbrede bedrijfsvoeringskosten

0

0

0

0

0

0

Overige doorbelastingen

14.956

14.357

14.598

14.598

14.598

14.598

Programmalasten

97.842

102.773

84.626

84.189

84.182

84.544

Inkopen en uitbestede werkzaamheden

7.167

9.067

12.169

8.506

8.516

8.406

Kapitaallasten

122

116

112

0

0

0

Overige programmalasten

553

-355

1.706

5.472

5.472

5.472

Sociale uitkeringen

8.083

7.012

7.093

7.093

7.093

7.093

Subsidies en inkomensoverdrachten

81.917

86.933

63.546

63.118

63.101

63.573

Saldo voor VPB en reserveringen

-121.787

-121.777

-128.865

-125.267

-128.452

-132.875

VPB

0

0

0

0

0

0

Saldo voor reserveringen

-121.790

-121.776

-128.864

-125.267

-128.454

-132.877

Onttrekking aan reserves

271

470

3.970

468

0

0

Toevoeging aan reserves

1.500

0

0

0

0

0

Vrijval reserves

14

44

0

0

0

0

Resultaat

-123.006

-121.263

-124.894

-124.800

-128.453

-132.876

Toerekening overhead aan programma

Overhead concernondersteuning en concernhuisvesting

7.438

6.880

6.363

6.415

6.387

6.387

Overhead clustermanagement en ondersteuning

0

2.326

2.114

2.156

2.127

2.138

Resultaat na Overhead

-130.444

-130.469

-133.371

-133.371

-136.967

-141.401

Toelichting op de tabel
Baten

De totale baten bestaan met name uit bijdragen van het Rijk. De rijksbijdrage voor onderwijsachterstandenbeleid bedraagt € 37 mln. Daarnaast is er een eenmalige extra rijksuitkering voor intensivering onderwijsachterstandenbeleid van € 18,3 mln.

Lasten

De middelen onderwijsachterstandenbeleid worden voornamelijk ingezet voor extra leertijd. Het grootste deel hiervan wordt ingezet voor voor- en vroegschoolse educatie (vve), leertijdverlenging in het primair en voortgezet onderwijs en ouderbetrokkenheid. In het kader van ouderbetrokkenheid dragen we bij aan de inzet en professionalisering van medewerkers ouderbetrokkenheid.

De lasten voor meer leertijd betreffen met name subsidies aan schoolbesturen en onderwijsgerelateerde instellingen voor uitbreiding van onderwijstijd. De besturen en instellingen huren hier onder meer docenten voor in. Tevens wordt de inzet van medewerkers van het Jongerenloket en Leerplicht gericht op het voorkomen van verzuim hieruit bekostigd.

De overige lasten bestaan voornamelijk uit huurlasten voor onderwijshuisvesting, inzet voor het leerlingenvervoer en bewegings- en zwemonderwijs. De decentralisatie-uitkering Nationaal Programma Rotterdam Zuid wordt onder meer ingezet voor de Children’s Zone en loopbaanoriëntatie.
Tot slot worden ook de Leren Loont! initiatieven hieruit bekostigd zoals de Leraren CAO.

Reserves

Conform de Kadernota 2016 is er incidenteel € 3,5 mln beschikbaar gesteld in 2018 voor een gymnasium op zuid. De reserve is gevormd om de beoogde locatie (Poortgebouw van het Zuiderziekenhuis) te transformeren naar huisvesting van een gymnasium op zuid.

Daarnaast worden twee bestemmingsreserves in het kader van het Nationaal Programma Zuid over meerdere jaren ingezet. Het betreft de bestemmingsreserves Leertijduitbreiding en Vakmanschap in zorg, haven en techniek.

In 2016 is een bestemmingsreserve gevormd voor de implementatie van de Harmonisatie VVE. Dit is conform de besluitvorming van de Voorjaarsnota 2016. Op dit moment zijn de risico's nog niet volledig in beeld waardoor er nog geen onttrekking heeft plaats gevonden.

Meerjarig verloop

Vanaf 2016 zijn de intensiveringen opgenomen voor Leren Loont!, het Rotterdamse Onderwijsbeleid voor de periode 2015-2018. De intensiveringen zijn bestemd voor een specifieke CAO voor Rotterdamse leraren en de inzet voor één voorschoolse voorziening voor alle Rotterdamse kinderen die wordt geïntegreerd in de basisschool.

Het meerjarig verloop toont vanaf 2018 lagere baten en lasten ten opzichte van 2017. Voornaamste reden daarvoor is dat nog geen formeel besluit is genomen door het Rijk over de voortzetting van de (aanvullende) specifieke uitkering onderwijsachterstandenbeleid. De convenantafspraken met het Rijk lopen formeel nog tot en met 2017. Na besluitvorming door het Rijk over voortzetting van deze specifieke uitkering zal de meerjarenbegroting hierop vanaf 2018 worden aangepast.