Ontwikkelingen

Ontwikkeling gemeentefonds

Gemeenten zijn, binnen de grenzen van de wet, autonoom in hun beleid dat wordt bekostigd uit het Gemeentefonds. Dit betekent in beginsel dat het Gemeentefonds vrij besteedbaar is, maar dat de gemeente hieruit wel wettelijke taken moet betalen zoals bijvoorbeeld de uitgifte van paspoorten, uitvoering van de Jeugdzorg, verstrekking van bijstandsuitkeringen en uitvoering van de wet Milieubeheer. De omvang van het Gemeentefonds wordt jaarlijks bepaald op grond van een vaste systematiek. Deze normeringssystematiek berust op een bestuurlijke afspraak tussen het Rijk en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. De hoogte van de uitkering van onder andere het Gemeentefonds staat in de circulaires van het Rijk, die in mei, september en december verschijnen.

De raming van het Gemeentefonds is gebaseerd op de decembercirculaire 2016, aangevuld met inschattingen voor de meicirculaire Gemeentefonds 2017. Onze gedragslijn is om daarbij niet teveel vooruit te lopen op dat wat naar verwachting in komende circulaires van het Gemeentefonds wordt opgenomen. Gezien het gegeven dat de meeste partijen in de Tweede Kamer per saldo willen intensiveren op voor het Gemeentefonds relevante uitgaven, is het voorstel de algemene uitkering cumulatief met circa 0,25% per jaar te verhogen. De daadwerkelijke financiële effecten van een nieuw kabinetsbeleid zijn naar verwachting pas bekend op Prinsjesdag 2017 (Miljoenennota en septembercirculaire Gemeentefonds).

De raming van de ontwikkeling van het Gemeentefonds is de volgende:

2017

2018

2019

2020

2021

Bedrag

1. September- en decembercirculaire 2016

5.437.495

8.912.026

10.289.274

13.664.255

17.928.358

2. Oploop 'Opschalingskorting'

-5.400.000

3. Inschatting onderbesteding Rijk

-10.000.000

4. Nieuw kabinet (0,25% ruimte per jaar cumulatief)

2.500.000

5.000.000

7.500.000

10.000.000

12.500.000

Aanpassing Gemeentefonds (exclusief trend)

-2.062.505

13.912.026

17.789.274

23.664.255

25.028.358

5a. Trend 2018

31.000.000

30.000.000

30.000.000

30.000.000

Aanpassing Gemeentefonds (inclusief trend)

-2.062.505

44.912.026

47.789.274

53.664.255

55.028.358

5b. Inzet trend 2018

-23.875.000

-22.875.000

-22.875.000

-22.875.000

Aanpassing Gemeentefonds (na uitdelen trend)

-2.062.505

21.037.026

24.914.274

30.789.255

32.153.358

De raming bevat, nog los van de economische groei, een aantal risico's, zoals:

  • Rotterdam ontvangt op dit moment één van de hoogste bijdragen per inwoner uit het Gemeentefonds. Dit kan bij de komende herziening van de Financiële verhoudingswet/herverdeling van het Gemeentefonds wijzigen;
  • Het nieuwe kabinet kan de huidige normeringssystematiek herzien. Het gaat hierbij om een koppeling van het Gemeentefonds aan een gedeelte van de Rijksuitgaven;
  • Het Rijk wil mogelijk een bestemming geven aan een eventuele groei van het accres (mutaties in het Gemeentefonds), bijvoorbeeld voor bepaalde taken of bepaalde gebieden;
  • De huidige onderbesteding van het BTW-compensatiefonds (BCF) kan door actualisatie door het Rijk lager uitvallen. Dit kan leiden tot een lager Gemeentefonds;
  • Veelal leidt een langdurige kabinetsformatie tot een onderbesteding bij het Rijk, met een negatieve doorwerking naar het Gemeentefonds;
  • De Cao gemeenteambtenaren is beëindigd op 30 april 2017. De kosten van de nog af te sluiten Cao kunnen hoger uitvallen dan geraamd;
  • Onduidelijk is of een nieuw kabinet een aanvullende efficiencykorting invoert, mogelijk bovenop de bestaande 'opschalingskorting’.
Indexering (trend) 2018

De gemeentelijke begroting wordt in principe jaarlijks bijgesteld voor de verwachte prijsontwikkelingen, voor zover als mogelijk gebaseerd op inflatiepercentages van het Centraal Planbureau (CPB) van maart. Voor de twee voorafgaande begrotingsjaren vindt een nacalculatie plaats. Voor materiële budgetten wordt bijvoorbeeld de prijs overheidsconsumptie, netto materieel (IMOC) gebruikt. Voor belastingen, leges, prijzen en tarieven wordt in principe de Consumentenprijsindex (CPI) gehanteerd (1,7%). Voor de loongevoelige budgetten worden de te verwachten ontwikkelingen inzake de Cao gemeenteambtenaren en sociale lasten gebruikt (3%).
Het trendpercentage voor de categorie ‘materieel’ is voor het jaar 2018 gehalveerd naar 1,15%. Subsidies worden in principe met 2,1% opgehoogd, een saldo van de trend van 2,8% en een taakstelling van 0,7%. Dit geldt niet voor de subsidies betaalt uit de integratie-uitkering sociaal domein. Hiervoor geldt een afwijkende systematiek. Voornoemde trendaanpassingen leveren een structurele bijstelling op van € 7,1 mln.

Opheffen Financieringsreserve

Zoals gemeld in onze brief ter afdoening van motie ‘Breng Rotterdamse financiën op orde’ (URL verwijzing) d.d. 12 april jl., vervalt met ingang van het begrotingsjaar 2018 de functie van de Financieringsreserve. De Financieringsreserve heeft tot doel de financieringskosten aan de investeringen toe te rekenen door een langdurig stabiele omslagrente. Indien de werkelijke financieringskosten in enig jaar lager uitvielen dan waarmee in de berekening van de omslagrente rekening was gehouden, werd het voordeel gereserveerd om een eventueel nadeel in de nabije toekomst te kunnen opvangen. De Commissie BBV heeft als richtlijn gegeven dat de omslagrente de werkelijke financieringskosten moet volgen Daardoor komt de egalisatiefunctie van de Financieringsreserve te vervallen. Met het oog hierop wordt voorgesteld de Financieringsreserve per 1 januari 2018 op te heffen. Het vrijvallende bedrag wordt dan toegevoegd aan de Algemene reserve.

Omslagrente

In de gemeentelijke regelgeving is onder andere het renteomslagstelsel geregeld. Het renteomslagstelsel houdt in dat vermogenskosten aan de gemeentelijke producten worden doorberekend op basis van de boekwaarden op de balans. De rente die hiervoor wordt gehanteerd is de omslagrente. De gemeente stelt deze op basis van langjarige verwachtingen zelf vast. Met het oog op een stabiel meerjarig begrotingsbeeld streeft de gemeente naar een evenwichtige ontwikkeling van de omslagrente. Eventuele schommelingen in marktrentes slechts gematigd doorwerken. Doordat de uiteindelijke vermogenskosten hoger of lager uitvallen dan de omslagrente, ontstaat er een resultaat.
Door de gewijzigde BBV-regelgeving zijn de interne rentetarieven voor 2018 opnieuw berekend. Het is mogelijk om de omslagrente te verlagen van 3 naar 2,5% per 1 januari 2018. Het daarbij behorende renteresultaat is al verwerkt in het algemene beeld.

Belastingen

Op 21 maart 2017 heeft ook de Eerste Kamer ingestemd met het wetsvoorstel (inclusief het amendement Veldman en Fokke). Hierdoor wordt de duur van de overgangstermijn voor gemeenten voor de afschaffing van de precariobelasting voor nutsnetwerken beperkt. De wet gaat per 1 juli 2017 in en gemeenten mogen tot uiterlijk 1 juli 2022 nog precariobelasting op nutsnetwerken heffen.
Dit houdt in dat 2021 het laatste jaar is waarin de gemeente volledig precariobelasting op leidingen van nutsnetwerken mogen heffen. Dit betekent voor 2022 circa € 6,8 mln aan lagere opbrengsten uit de precariobelasting en vanaf 2023 jaarlijks € 13,5 mln.

Arbeidsmarkt

De aantrekkende arbeidsmarkt zorgt zowel binnen de gemeente als daarbuiten voor een hoger vacatureaanbod. Dit biedt een verbeterd perspectief voor de herplaatsingskandidaten. Verder vraagt de verschuiving van de focus op uitstroom naar een focus op in- en doorstroom om een kwantitatieve en kwalitatieve impuls bij recruitment.

Begeleiding onderkant loongebouw in één hand

In 2016 is de coördinatie van de werkzaamheden binnen het concern aan de onderkant van het loongebouw organisatorisch in één hand. Het betreft herplaatsingskandidaten in loonschalen 1 tot en met 3, garantiebanen en wsw'ers die werkzaam bij de gemeente Rotterdam zijn. Dit leidt tot verschuiving van werkzaamheden van het product Van Werk Naar Werk naar het product Werk in het programma Werk en Inkomen.

Verloop HPK-ers

Het verloop van het aantal HPK-ers staat toegelicht in de Paragraaf Bedrijfsvoering.