Ontwikkelingen

De gemeente wil Rotterdammers stimuleren het maximale uit hun leven halen. Hulp, zorg en ondersteuning maakt het Rotterdammers mogelijk om zo veel als mogelijk hun eigen leven te leiden. Daarbij gaat de gemeente uit van wat iemand zelf kan en welke ondersteuning van familie, vrienden en buren mogelijk is. Rotterdammers kijken naar elkaar om. Het gemeentelijke beleid draagt bij aan een samenleving waarin het sociaal netwerk een belangrijke steun is voor Rotterdammers met een hulpvraag. Rotterdammers die het zonder hulp en ondersteuning niet redden, kunnen rekenen op de gemeente.

Het gemeentelijk beleid draagt zo bij aan een samenleving waar Rotterdamse kinderen en jongeren kansrijk, gezond en veilig kunnen opgroeien, en aan een samenleving waar ouders kunnen rekenen op ondersteuning als die nodig is bij de opvoeding van hun kinderen. In urgente situaties zorgt de gemeente ervoor dat de benodigde hulp snel beschikbaar is. Dit streven richt het handelen van de gemeente en het is bepalend voor de samenwerkingsrelaties die de gemeente aan gaat.

Ontwikkelingen in kaderstelling, wet- en regelgeving e.d.:
  • Herverdeling van taken in het sociale domein (inclusief bezuinigingstaakstelling) door veranderde wetgeving (zie wettelijke kaders).
  • Nieuw stelsel van zorg, ondersteuning en welzijn in Rotterdam.
  • Landelijke programma’s en beleidskaders voor de publieke gezondheid: Nieuwe Preventienota, Betrouwbare publieke gezondheid.
  • Voorbereiding op omgevingswet 2019.
Nieuwe beleidsinitiatieven
  • Toekomstverkenning Sociaal Domein 2030.
  • Voorbereiding op omgevingswet 2019.
Lopende beleidsinitiatieven

Beleidskader Jeugd, waaronder de programma’s ‘Drugs en Alcohol II: Blijf Helder’, ‘Stevige Start’ en ‘Risicojongeren’.

  • Uitvoering van de programma’s Veilig Thuis en (O)GGZ/Eerder Thuis.
  • Uitvoeringsprogramma gemeentelijke nota Publieke Gezondheid 2016-2020 Rotterdam Vitale Stad
Doorontwikkeling van zorg, welzijn en jeugdhulp ‘Zorg voor elkaar’

Verbetering van de zorg, hulp en ondersteuning is een doorlopende opgave. Een belangrijk instrument in die verbetering is de nieuwe inkoop van welzijn, wijkteams, specialistische jeugdhulp en Wmo-arrangementen voor de nieuwe periode 2018-2020. Onder de noemer ‘Zorg voor elkaar, het Rotterdams plan voor de doorontwikkeling van zorg, welzijn en Jeugdhulp’ wordt toegewerkt naar een meer integraal Rotterdams stelsel van zorg, welzijn en jeugdhulp. De gemeente zet zich in om deze integraliteit te realiseren en wacht daarmee uiteraard niet tot 2018. Alle acties die de gemeente al voor die tijd kan uitvoeren, worden uitgevoerd. Verdere verbetering van de huidige uitvoeringspraktijk is een blijvende opgave, net als de verdere professionalisering van de wijkteammedewerkers, de versterking van de samenwerking met het wijknetwerk en de verbetering van wijkteams en de VraagWijzer. Tegelijk wordt de nieuwe inkoop vanaf 2018 voorbereid. Dat gebeurt in vier sporen:

  • Welzijn: één integrale professionele welzijnsopdracht per gebied, populatiegebonden gefinancierd.
  • Wijkteams: een aparte opdracht voor de wijkteams vanuit de belangrijke positie die de wijkteams in het stelsel hebben en de fase van gezamenlijke ontwikkeling (aanbieders en gemeente) waarin zij zich bevinden.
  • Wmo-arrangementen.
  • Specialistische jeugdhulp (lokaal en regionaal).
Doorontwikkeling zorg, welzijn en jeugdhulp en bijsturing op budgetten

In 2016 is het aantal Rotterdammers met ondersteuning vanuit de Wmo en de jeugdwet in de vorm van een maatwerkvoorziening gegroeid met 5.000 (van 53.000 eind 2015 naar ruim 58.000 eind 2016). Dit is in overeenstemming met de groei in bezoekersaantallen van de VraagWijzer. Waar zich in 2015 gemiddeld 450 Rotterdammers per week meldden voor een maatwerkvoorziening, zijn dat er nu gemiddeld een kleine 600 per week. Het aantal bezoekers aan de VraagWijzers is hier een veelvoud van. We worden beter gevonden en dat past bij onze beleidsdoelstellingen. Rotterdammers, die zorg en ondersteuning nodig hebben, weten waar ze moeten zijn en ontvangen wat nodig is. Een campagne om de VraagWijzer meer bekendheid te geven is succesvol geweest. Via de VraagWijzer komen ook meer cliënten bij het wijkteam terecht. Zorg is dichterbij gebracht. Een toenemend aantal Rotterdammers die zorg en ondersteuning nodig hebben, weten waar ze moeten zijn en ontvangen wat nodig is.

Het bereiken van Rotterdammers met een ondersteuningsbehoefte is hiermee in 2016 verbeterd. Het eerder herkennen van zorgvragen en een eerdere inzet van zorg hierop, kan op termijn gaan leiden tot minder zware zorg. Dit effect is pas na een aantal jaar te verwachten. Onduidelijk is nog in welke mate de stijging van het aantal cliënten in het afgelopen jaar tijdelijk is en per wanneer deze toename weer zal afvlakken. Ervaringen uit Denemarken leren dat er bij decentralisaties in de zorg in eerste instantie juist meer cliënten ondersteuning nodig hebben (ook wel de ‘Deense boeggolf’ genoemd). In Denemarken gingen de kosten pas na vijf jaar dalen, terwijl de Nederlandse rijksoverheid vanaf het begin van de decentralisaties al oplopende bezuinigingen heeft ingeboekt.

De andere kant van de medaille is dat de uitgaven navenant meestijgen. Terwijl de cliëntaantallen en de zorgzwaarte per cliënt stegen, en dan vooral in de ambulante GGZ, daalden de rijksbudgetten voor de jeugd- en Wmo-taken. We stellen daarom in deze Voorjaarsnota extra middelen beschikbaar voor de Wmo, sturen bij op de uitgaven (zie hieronder) en lobbyen bij het Rijk om voldoende budget om de transformatie van zorg en welzijn op een verantwoorde wijze te kunnen uitvoeren.

De acties uit de ‘doorontwikkeling’ richten zich op het verder laten ‘zetten’ van het nieuwe stelsel. De ambities vanuit de doorontwikkeling betekenen budgettair een verschuiving van de specialistische ondersteuning naar ondersteuning door welzijn en wijkteams. De investeringen in het wijknetwerk en de wijkteams zijn noodzakelijk om de besparing op specialistische zorg te realiseren. De versterking van het wijknetwerk geldt vanaf 2018 en is in deze Voorjaarsnota als begrotingswijziging opgenomen, terwijl de versterking van de wijkteams binnen de huidige budgetten wordt gerealiseerd door scherper in te kopen.

Gezien de omvang van het financiële tekort op de Wmo (€ 27 mln in 2017 bij ongewijzigd beleid en gelijkblijvende cliëntaantallen, oplopend naar € 39 mln vanaf 2018 in verband met onvermijdelijke kostenstijgingen en eerdere afspraken) is bijsturing noodzakelijk. Hiervoor gelden vier belangrijke uitgangspunten:

  1. Vasthouden aan het uitgangspunt dat burgers met een ondersteuningsbehoefte daarbij passende ondersteuning krijgen;
  2. Vasthouden aan de ingezette beweging naar voren, en voorgenomen intensiveringen conform het doorontwikkelplan Zorg voor elkaar dus doorzetten;
  3. Vasthouden aan het bestaande dienstverleningsconcept ten aanzien van (wettelijke) doorlooptijden en toegangspunten;
  4. Vasthouden aan het uitgangspunt dat het beschikbare (gedecentraliseerde) budget kaderstellend is.

Er wordt een uitgebreid pakket aan maatregelen ontwikkeld, waarvan een deel reeds in uitvoering is en een ander deel verder wordt ontwikkeld in samenwerking met zorgaanbieders en de gemeentelijke uitvoeringsorganisatie. De reeds genomen maatregelen hebben vooral betrekking op de tarieven voor de inkoop 2018-2020, die verder zijn aangescherpt binnen de grenzen van verantwoord marktgedrag. Op de andere maatregelen die nu nader worden geconcretiseerd wordt in september 2017 in de gemeenteraad nader ingegaan. Een deel van de maatregelen zal zich richten op doorstroming in de GGZ-keten, waaraan binnen het programma Eerder Thuis hard wordt gewerkt.

In het Rotterdamse zorgmodel is de indicatiestelling een belangrijke factor. Indicaties hebben doorgaans een looptijd van 1 tot 3 jaar. Bijsturen kost daarom tijd. Gegeven de genoemde uitgangspunten wordt de financiële bijsturing zorgvuldig aangepakt: Rotterdammer-gericht en in de geest van de doorontwikkeling (beweging naar voren). De verwachting is dat de uitgaven vanaf 2021 weer binnen het budgettaire kader vallen, na uitvoering van het maatregelenpakket. In de komende jaren zijn extra middelen nodig om de ondersteuning van het toegenomen aantal Rotterdammers met een zorgbehoefte binnen de Wmo en jeugdhulp te kunnen betalen: naast de inzet van de bestemmingsreserves AWBZ en Huishoudelijke Hulp Toelage (HHT) in 2017 zijn in deze Voorjaarsnota incidentele ramingsbijstellingen verwerkt voor de jaren 2017 (€ 6,2 mln), 2018 (€ 23,2 mln), 2019 (€ 15,6 mln) en 2020 (€ 6,2 mln).

Programma Veilig Thuis

Het Actieprogramma Veilig Thuis 2015-2018 zet in op het eerder en beter in beeld brengen van kindermishandeling en huiselijk geweld en het duurzaam oplossen ervan. De Inspecties Jeugd en Gezondheidszorg hebben dit voorjaar vervolgonderzoeken uitgevoerd naar de kwaliteit van Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR), en geconcludeerd dat de kwaliteit van VTRR onvoldoende is. VTRR voldoet aan 21 van de 30 verwachtingen uit het toetsingskader en heeft een wachtlijst voor het starten van onderzoeken. VTRR heeft naar aanleiding van dit onderzoek een verbeterplan ingediend. De inspecties hebben op alle verbetervoorstellen hun vertrouwen uitgesproken, zij verwachten dat
VTRR er binnen een half jaar in kan slagen om het oordeel ‘voldoende’ te behalen. In de voortgangsrapportage Veilig Thuis die eind tweede kwartaal naar de gemeenteraad wordt gestuurd, is een stand van zaken te lezen.

Programma Eerder Thuis

De gemeente ondersteunt Rotterdammers met meervoudige problematiek, zoals psychische / psychiatrische / psychosociale problemen, in hun herstel naar zelfredzaamheid. Het doel is dat Rotterdammers met (O)GGZ problematiek, naar vermogen, succesvol stappen vooruit kunnen zetten naar een meer zelfstandige vorm van huisvesting met passende ondersteuning. Naar verwachting is eind tweede kwartaal een voortgangsbericht beschikbaar.

Nota Publieke gezondheid

De ambitie van de gemeentelijke nota is de komende jaren (2016-2020) in te zetten op aanjagen, verbinden en waar het gaat om gezondheidsbescherming een rol te nemen als regisseur en uitvoerder. Door de verbinding aan te gaan met de doelstellingen en drijfveren van Rotterdammers en partners binnen en buiten de gemeente wordt gezorgd voor meer gezondheid en vitaliteit in Rotterdam. Dit wil de gemeente terugzien in de verwachting van gezonde levensjaren in de stad en op het gebied van leefstijl en luchtkwaliteit. Dit doet Rotterdam door het stimuleren van gezond gedrag en het verminderen van luchtvervuiling. Buiten het gezondheidsdomein, maar heel belangrijk voor gezondheidswinst, is het investeren in het opleidingsniveau en de inkomenspositie van Rotterdammers. Rotterdam zet in op: gezond gewicht, voldoende bewegen, terugdringen van diabetes type II, niet roken, minder alcoholgebruik, terugdringen van depressie, betere luchtkwaliteit en terugdringen van beginnende gehoorschade.