Prioriteiten en indicatoren

Prioriteiten

Het college staat voor solide gemeentefinanciën. Dit is in het coalitieakkoord vertaald in de volgende afspraken:

  • Het weerstandsvermogen bedraagt aan het eind van de periode minimaal € 160 mln.
  • De weerstandsratio is aan het eind van de collegeperiode minimaal 1,4.
  • Er vindt een verlaging plaats van de lokale lasten.

Daarnaast gelden in het kader van Van Werk Naar Werk als prioriteit:

  • Terugdringing van het aantal herplaatsingskandidaten. Dit gebeurt door een gecoördineerde terugplaatsing voor medewerkers die vallen onder het Sociaal Statuut 2005 en Sociaal Statuut 2010 voor medewerkers die vallen onder het Sociaal Statuut 2013 op basis van de voorrangsstatus geïntensiveerde matching met vacatures.
  • Verhoogde uit- en doorstroom van herplaatsingskandidaten, door intensivering van begeleiding bij ziekte, verzuim en disciplinaire trajecten.
  • Bemiddeling en ondersteuning via het transfertraject voor vrijwillige mobiliteit om o.a. instroom van beoogde toekomstige herplaatsingskandidaten te vermijden.
Weerstandsvermogen

Hieronder is het geraamde weerstandsvermogen voor de periode 2017 – 2021 weergegeven. Het weerstandsvermogen bestaat uit het totaal van Algemene reserve, Financieringsreserve en Kredietrisicoreserve. Met ingang van 2018 valt de Financieringsreserve vrij en wordt deze aan de Algemene reserve toegevoegd (zie ontwikkelingen).

Weerstandsvermogen, in mln euro's, jaar ultimo

Begroting 2017

Begroting 2018

Raming 2019

Raming 2020

Raming 2021

Algemene reserve

62

99

95

95

95

Financieringsreserve

82

0

0

0

0

Kredietrisicoreserve

65

66

67

67

67

Weerstandsvermogen

209

165

162

162

162

In het Coalitieakkoord is afgesproken dat het weerstandsvermogen aan het eind van de
collegeperiode minimaal € 160 mln moet zijn. Het weerstandsvermogen komt daarmee in alle jaren boven de gestelde norm van € 160 mln uit
In de tabel is rekening gehouden met het voorstel om de Financieringsreserve per 1 januari 2018 op te heffen en het bedrag te laten vrijvallen in de Algemene reserve.

Weerstandsratio

De volgende tabel geeft de weerstandsratio weer. Deze drukt de verhouding uit tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit. De beschikbare weerstandscapaciteit is het totaal van het weerstandsvermogen, de bestemmingsreserves voor zover daar geen verplichtingen op rusten, de stille reserves, de stelpost onvoorzien en de onbenutte belastingcapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit is bepaald op basis van een risicoanalyse.

Weerstandsratio, jaar ultimo

Begroting 2017

Begroting 2018

Raming 2019

Raming 2020

Raming 2021

Beschikbare weerstandscapaciteit

736

593

564

553

562

Benodigde weerstandscapaciteit

278

278

278

278

278

Weerstandsratio

2,6

2,1

2,0

2,0

2,0

In de Beleidsnota Weerstandsvermogen 2012 is bepaald dat de weerstandsratio minimaal 1,4 moet zijn. Hoewel de weerstandsratio in 2018 daalt, ligt hij de komende jaren nog altijd ruim boven deze norm.

Verlaging lokale lasten

Dit najaar ontvangt de gemeenteraad ter besluitvorming, samen met de begrotingsstukken 2018, de concept-belastingverordeningen 2018. Op grond daarvan kan worden vastgesteld in hoeverre invulling wordt gegeven aan de als derde opgenomen prioriteit: de verlaging van de lokale lasten.

Van Werk Naar Werk

Doel van deze aanpak is om het resterende dertigtal herplaatsingskandidaten SSR 2005 en SSR 2010 uiterlijk eind december 2017 terug te plaatsen. Voor wat betreft SSR 2013 gaat het om circa zeventig herplaatsingskandidaten. De verwachting is dat medio 2018 het merendeel van de kandidaten binnen of buiten de organisatie een nieuw perspectief heeft gevonden.

Het verzuim van de herplaatsingskandidaten ontwikkelt zich naar verwachting. Het verzuim van herplaatsingskandidaten met weinig tot geen perspectief op een structureel vervolg van de loopbaan is doorgaans hoger dan bij herplaatsingskandidaten met betere vooruitzichten.

Met het transfertraject krijgen jaarlijks circa 300 medewerkers begeleiding in het vinden van een nieuw perspectief in hun loopbaan.

Indicatoren

Voor het programma Algemene middelen gelden de volgende indicatoren:

  • weerstandsvermogen
  • weerstandsratio
  • structurele exploitatieruimte
  • solvabiliteitsrisico
  • EMU-saldo
  • grondexploitatie
  • gemeentelijke woonlasten (een- en meerpersoonshuishouden)
  • kasgeldlimitet
  • renterisiconorm
  • netto schuldquote

Behalve voor het weerstandsvermogen en de weerstandsratio bevat deze Voorjaarsnota geen actualisering van de overige genoemde indicatoren.De hiervoor benodigde informatie komt pas op weg naar de begroting 2018 beschikbaar.