Algemeen

Economische ontwikkeling Rotterdam

Het economisch herstel zet zich zowel landelijk als in de regio Rijnmond door. De landelijke werkloosheid is gedaald en de werkgelegenheid – het aantal banen en vacatures - neemt toe. Waar de regio het in eerdere jaren nog zwaar had ten opzichte van het landelijk gemiddelde, is nu een groei zichtbaar die boven het landelijk gemiddelde ligt.
De verwachting is dat Rotterdam tot 2035 nog met zo’n 65.000 inwoners groeit tot 690.000. De inwoners moeten daar kunnen wonen, zich kunnen verplaatsen en zich kunnen vermaken. De opgave van Rotterdam is als gevolg van de aantrekkende economie en het groeiende aantal inwoners omvangrijk. Ondanks deze positieve ontwikkelingen zullen we scherpe keuzes moeten blijven maken om onze ambities te realiseren. Want een sterke stad is financieel gezond om verantwoord aan een sterke stad te kunnen blijven werken.

Deze economische ontwikkeling komt in deze voorjaarsnota tot uiting. Er is, zonder daarbij bezuinigingen voor te hoeven stellen, ruimte gevonden voor verschillende politieke ambities in de jaren 2017 tot en met 2021. Het weerstandsvermogen is hierbij op of boven de norm van € 160 mln gebleven. De financiële gevolgen van deze beslissingen worden toegelicht onder de ramingsbijstellingen en intensiveringen bij de programma’s en producten op deze website.

Hoofdlijnen voorjaarsnota
Gemeentefonds

De raming van het Gemeentefonds is gebaseerd op de decembercirculaire 2016, aangevuld met inschattingen voor de meicirculaire Gemeentefonds 2017. Gedragslijn is om niet -te- veel vooruit te lopen op hetgeen in komende circulaires van het Gemeentefonds naar verwachting zal worden opgenomen. Gezien het gegeven dat de meeste partijen in de Tweede Kamer per saldo willen intensiveren op voor het Gemeentefonds relevante uitgaven, is het voorstel de algemene uitkering cumulatief met ca. 0,25% per jaar te verhogen. Een regeerakkoord is momenteel nog niet in zicht. De daadwerkelijke financiële effecten van een nieuw kabinetsbeleid zijn naar verwachting pas bekend op Prinsjesdag 2017 (Miljoenennota en septembercirculaire Gemeentefonds). Hierover wordt u bij de begroting 2018 geïnformeerd.

BUIG

Het Rijk stelt in de vorm van het BUIG-budget middelen beschikbaar om de uitkeringslasten te betalen. Voor de bepaling van de middelen per gemeente wordt gebruik gemaakt van een verdeelmodel. Een verdeelmodel dat voor 2017 en volgende jaren onvoldoende budget voor Rotterdam oplevert om de geraamde uitkeringslasten te kunnen voldoen. Voor de verdeling van de middelen die nodig zijn voor 2018 wordt gewerkt aan een verfijning van het huidige model. Daarnaast wordt door middel van onderzoek naar verklaringen gezocht voor de negatieve en positieve uitschieters bij de verdeling in 2017. De eventuele gevolgen van deze onderzoeken voor het verdeelmodel zijn nog niet bekend. Daarom hanteert de gemeente in de voorjaarsnota dezelfde ramingssystematiek als de afgelopen jaren, waarin voor het lopende en eerstvolgende begrotingsjaar een raming van baten en lasten wordt opgenomen op basis van de meest recente realisatiecijfers en de voor ons bekende informatie vanuit het rijk en voor de jaren daarna uitgegaan wordt van kostendekkendheid.

Wmo

Zoals ook in de jaarrekening aangegeven, ontvingen in 2016 ruim 58.000 Rotterdammers ondersteuning vanuit de Wmo en de jeugdwet in de vorm van een maatwerkvoorziening. Dat zijn er 5.000 meer dan in 2015. Het Rotterdamse Wmo arrangement is nu ruim 29.000 keer geïndiceerd, dit waren er in 2015 nog een krappe 24.000. Deze toename is voor een deel te verklaren door aflopende AWBZ indicaties. Naast een toename in arrangementen is ook het aantal indicaties voor hulpmiddelen en voor vervoer toegenomen. In deze aantallen zijn cliënten die alleen ondersteuning uit het wijkteam ontvangen (zowel jeugd als volwassenen) niet meegenomen vanwege het ontbreken van vergelijkende cijfers. De groei van het aantal Rotterdammers met een maatwerkvoorziening is in overeenstemming met de groei in bezoekers van de VraagWijzer. Waar in 2015 gemiddeld 450 Rotterdammers per week de VraagWijzer bezochten, zijn dat er nu gemiddeld een kleine 600 per week. We worden beter gevonden. Rotterdammers die zorg en ondersteuning nodig hebben, weten waar ze moeten zijn en ontvangen wat nodig is.
De andere kant van de medaille is dat de kosten navenant meestijgen. Terwijl de cliëntaantallen en de kosten stegen, daalden de rijksbudgetten voor de jeugd- en Wmo-taken. De uitkeringen voor het sociale domein waren in 2016 per saldo bijna € 10 mln lager dan in 2015, als gevolg van landelijke bezuinigingen en nadelige effecten van de introductie van objectieve verdeelmodellen voor de gemeente Rotterdam. Binnen de (regionale) jeugdhulp bleven de uitgaven nog binnen budget, maar de uitgaven aan de Wmo-arrangementen kwamen in 2016 uiteindelijk € 16,5 mln hoger uit dan begroot. In deze voorjaarsnota wordt aangegeven welke aanvullende middelen de komende jaren nodig zijn voor de zorg. Er zijn maatregelen in gang gezet die een sluitende begroting voor de uitgaven voor de Wmo en jeugdhulp beogen. Daarnaast stelt het college voor om € 10 mln toe te voegen aan de bestemmingsreserve om zo eventuele stijging van uitgaven voor de tweede lijns zorg mee op te kunnen vangen.

Beprijzing P+R

De beprijzing van de P+R-locaties met een regionale functie is enkele jaren geleden ingevoerd. De invoering van een tarief van 2 euro heeft er voor gezorgd dat er structureel minder van de P+R terreinen gebruikt wordt gemaakt, een ontwikkeling die we niet wenselijk vinden. Daarnaast starten binnenkort de werkzaamheden aan de Maastunnel. Vanaf 3 juli is de tunnel richting zuid gesloten. Dat vergroot de druk op het verkeer in de stad. Ons college stelt daarom voor om de beprijzing van de P+R-locaties terug te draaien met ingang van 1 juli aanstaande, om bezoekers te verleiden niet met de auto de binnenstad in te rijden, en het laatste deel van hun reis met OV af te leggen. Het college verwacht op basis van huidige inzichten dit te besluit te kunnen uitvoeren zonder hiervoor aanvullende middelen vrij te moeten maken.

Gebiedsontwikkelingsfonds

De woningmarkt in Rotterdam trekt enorm aan en de stad zet zelf ook in op verdergaande verstedelijking met een verdichtingsopgave van 50.000 woningen tot 2040. De verdichtingsopgave leidt ook tot een afname van de openbare ruimte, terwijl het belang ervan door verdichting juist toeneemt. Terwijl de opgaven toenemen, lopen de middelen die de gemeente heeft om te kunnen investeren in de buitenruimte en aantrekkelijke woonmilieus sterk terug. Dit wordt veroorzaakt door het aflopen van het ISV, stedelijke programma’s die ten einde lopen (zoals de middelen voor vergroening en buitenruimte binnenstad) en inperking vanuit de rijksregelgeving (BBV) van de mogelijkheden om dergelijke investeringen ten laste te brengen van grondexploitaties.
Tegen deze achtergrond wil het college een gebiedsontwikkelingsfonds vormen om er investeringen in kleinere buitenruimteprojecten (al dan niet gekoppeld aan een gebiedsontwikkeling) uit te dekken. Het fonds kan worden gevoed met de resultaten van de uitvoeringsprojecten van het product Grondzaken. Voorstel is hier een maximum van € 10 mln voor te hanteren. Het college werkt dit voorstel de komende maanden verder uit en legt dit ter bespreking en besluitvorming aan u voor bij de begrotingsbehandeling 2018.

Positieve e-motie

Naast bovenstaande is in onze besluitvorming is nadrukkelijk rekening gehouden met de wensen van de raad zoals aangegeven in de ‘positieve émotie’. Wensen vanuit de raad zijn gehonoreerd, zoals de tegemoetkoming voor werkenden met een laag inkomen, de nacht metro, de roadmap next economy, blauwalgbestrijding in de Kralingse Plas en vervanging rubbergranulaat.

Financieel kader voorjaarsnota

De onderstaande tabel laat zien dat we over de hele periode (2017 – 2021) circa € 43 mln. aan ramingsbijstellingen hebben. Door scherp te kijken naar de fasering en intensiteit van de plannen in de stad, kan een sluitende begroting worden voorgelegd waarbij een uitkering van de trend op personeel en subsidies mogelijk is en ook ruimte is voor een beperkt aantal intensiveringen.

De toelichtingen op de bijstellingen zijn te vinden bij de desbetreffende programma’s en producten. In de bijlage is een totaaloverzicht opgenomen met alle bijstellingen (ramingsbijstellingen en intensiveringen).

Hiermee stellen wij het volgende financiële kader voor de (meerjaren)begroting 2017 en verder aan u voor:

Financieel kader (x 1000)

2017

2018

2019

2020

2021

Beginstand Omissie 2017

0

0

0

0

0

Ramingsbijstellingen

3.521

30.615

25.014

20.259

17.908

Intensiveringen

973

-16.133

-4.572

-4.048

-5.334

Technische wijzigingen

-6.526

-17.125

21.993

16.728

12.669

Taakmutaties

0

0

0

0

95

Reserves

2.033

2644

1552

517

0

Eindtotaal

0

0

0

0

0